Museumwoning Meteorenweg

Tuindorp Oostzaan
Tuindorp Oostzaan is een van de tuindorpen die tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden ontwikkeld in Amsterdam om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde volksbuurten in de binnenstad. Bovendien wilde men de groeiende groep arbeiders van de nieuwe industrieën en scheepsbouw aan de noordoevers van het IJ dichtbij hun werk huisvesten, om te voorkomen dat een dure oeververbinding tussen de binnenstad en Amsterdam-Noord nodig zou worden. De tuindorpen in de Watergraafsmeer, Nieuwendam, Buiksloot, de Buiksloterham en bij Oostzaan zijn te danken aan de vooruitstrevende wethouders Floor Wibaut en Monne de Miranda, en de dadendrang van de directeur van de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam, Arie Keppler.
In 1918 waren vanwege de grote woningnood twee noodwooncomplexen neergezet in Amsterdam-Noord: Vogeldorp en Disteldorp. Samen waren ze goed voor 537 semipermanente arbeiderswoningen. Het jaar daarna kreeg de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam opdracht om nog eens 1.000 semipermanente woningen neer te zetten tussen Zaandam en Amsterdam, eveneens langs de noordelijke oever van het IJ. Dit gebied (het huidige Amsterdam-Noord) was toen niet meer dan een uitgestrekt poldergebied, dat door de gemeente was bestemd voor de vestiging van grootschalige industrie die veel havenfaciliteiten nodig had. Op sommige plekken had de gemeente zelf baggerstortplaatsen in gebruik, waar slib uit de Amsterdamse grachten en vaarten werd gedumpt.De gemeente Amsterdam liet haar oog vallen op een uitgestrekt voormalig baggerterrein, dat op het grondgebied lag van de gemeente Oostzaan. Uiteindelijk lukte het Amsterdam om dit terrein aan te kopen en een gemeentegrenscorrectie voor elkaar te krijgen. Hier verrees Tuindorp Oostzaan.

Stedenbouw
Het stedenbouwkundig plan is gemaakt door architect B.T. Boeyinga en J.H. Mulder jr. Zij hebben ook Vogeldorp, Disteldorp, Tuindorp Nieuwendam en Floradorp ontworpen. De wijk is ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School. In eerste instantie waren de arbeiderswoningen bedoeld als noodwoningen, die niet langer dan 35 jaar zouden blijven bestaan. De eerste woningen zijn daarom op betonplaten gebouwd en zijn geconstrueerd met een houtskelet. Tussen 1921 en 1924 werden 1320 woningen, 36 winkelwoningen, 9 winkels, 4 middenstandswoningen, een dokterswoning en een bibliotheekgebouwtje gebouwd. In de jaren ‘30 kwam daar nog een uitbreiding in zuidelijke richting bij.

Museumwoning
De Stichting Historisch Archief Tuindorp Oostzaan (H.A.T.O.) heeft als doelstelling de cultuur en geschiedkundige kennis van Tuindorp Oostzaan en omgeving te verspreiden.

Sinds 2002 kreeg de stichting het beheer over een museumwoning, die nog bijna in dezelfde staat verkeert als hij in 1922 opgeleverd is. De woning is dankzij sponsors, donateurs en de inzet van vrijwilligers ingericht naar de jaren ‘20 en ‘30.Iedere tweede zondag van de maand is de woning, aan de Meterorenweg 174, te bezichtigen.

Mijn bezoek aan de museumwoning
Op 12 juli 2015 heb ik de woning bezocht. Ik werd gastvrij ontvangen door drie vriendelijke vrijwilligers, die met groot enthousiasme uitleg geven bij verschillende voorwerpen en de bezoekers rondleiden wanneer ze dat willen. Zelf rondkijken kan ook natuurlijk. Sommige aanwezige gebruiksvoorwerpen zijn uit iets latere jaren, waardoor het voor mij een feest van herkenning werd, deels uit de huizen van mijn opa’s en oma’s, deels uit mijn geboortehuis. In één van de slaapkamers kon je een dvd bekijken over de watersnoodramp die Tuindorp Oostzaan in januari 1960 heeft getroffen. Heel interessant.
Een bezoek aan de museumwoning is een aanrader. Voor degenen die net als ik, in een eenvoudige etagewoning zijn opgegroeid, maar ook voor diegenen die juist onder hele andere omstandigheden zijn opgegroeid.

Meer informatie vind je op de website van de stichting H.A.T.O.